Paragraaf 8 Oefentoets

Door middel van deze Oefentoets kun je testen of je de stof van dit hoofdstuk goed beheerst. Klik na het invullen van de test op 'Bekijk score' en bekijk welke vragen je goed en fout hebt beantwoord. Eventueel kun je de gehele test printen. (Klik daarvoor op 'download')

Succes!

 

Opdrachten

Vraag 1

Ethische optiek is het standpunt dat je inneemt binnen een morele discussie.

Vraag 2

Voorbeeld van een ethische uitspraak: “Als je een relatie hebt, hoor je niet vreemd te gaan.”

Vraag 3

Een normatieve uitspraak is een uitspraak over hoe de werkelijkheid is.

Vraag 4

Een voorbeeld van een waarde: “Je hoort niet te stelen.”

Vraag 5

Een instrumentele waarde: een waarde in zichzelf, dus zonder verder extern doel.

Vraag 6

Voorbeelden van normen: geluk, vrijheid, gezondheid.

Vraag 7

Er zijn drie soorten normen: relationele, professionele en publieke normen.

Vraag 8

Voorbeeld van een professionele norm: “Een inkoper mag geschenken met een waarde tot 50 euro aannemen.”

Vraag 9

Bij gevolgenethiek gaat het primair om de intentie van degene die handelt.

Vraag 10

Beginselethiek: bij de beoordeling en oplossing van een ethisch probleem dient steeds recht gedaan te worden aan een bepaald beginsel, onafhankelijk van de gevolgen van de handeling.

Vraag 11

De Universele Verklaring van de Rechten van de Mens: voorbeeld van gevolgenethiek.

Vraag 12

Er zijn drie varianten in de gevolgenethiek: hedonisme, eudemonisme en utilisme.

Vraag 13

Een belangrijke vertegenwoordiger van het klassieke hedonisme was Plato.

Vraag 14

Een definitie van gelukzaligheid is: "het gevoel van welbehagen, dat het gevolg is van een zich in harmonie weten, zowel innerlijk in en met zichzelf als met zijn omgeving.”

Vraag 15

Een definitie van het (ethisch) utilisme is: een ethische theorie die ervan uitgaat dat díe handeling of beslissing ethisch juist is die in haar gevolgen het meeste geld oplevert.

Vraag 16

Adam Smith gaf aan dat de vrije markt (met haar zelfcorrigerend vermogen) werkt als een onzichtbare hand (Invisible Hand).

Vraag 17

Volgens Kant is ethisch handelen, handelen uit neiging.

Vraag 18

Bij deugdenethiek zijn belangrijk: rolmodellen, verhalen, tradities en (goede) opvoeding.